Shopping: bankhangen met alles erop en eraan
Knusheid alom!
living
[liv-ing]
adjective
1. having life.
Knusheid alom!
Wat je vast en zeker wél hebt gedaan
Zie het als een nieuw begin
Sexy chocolademelk
Doe er maar twee
Noch tijd, nog moeite
Snack attack!
Kien-wa