Column Carolijn: een nieuw soort verliefdheid

‘Oh, wat interessant’, mompel ik. Ik heb een afspraak in een statig grachtenpand aan de Herengracht en de eigenaar vertelt over de rijke historie van het huis. Ik heb nog geen zinnig woord teruggezegd en het begint nu een beetje ongemakkelijk te worden. ‘Sorry hoor, moet heel even dit mailtje beantwoorden.’ Terwijl hij doorpraat, google ik “gouden bocht” en “VOC” en lees ik op Wikipedia bij over het onderwerp. Ik stop mijn telefoon weg en met mijn beste pokerface merk ik op dat het ik begrijp dat Berckheyde besloot dit beroemde stukje gracht te schilderen. Mijn afspraak lijkt onder de indruk en stelt voor om ter zake te komen, tot mijn grote opluchting.

Geschiedenis is nooit mijn sterkste punt geweest. En dat heeft alles te maken met mijn lesrooster van de laatste klassen van de middelbare school. Want geschiedenis viel bij mij in het zevende uur op vrijdagmiddag en op dat moment, had ik eerlijk gezegd belangrijkere dingen te doen. De vrijdagmiddagborrel wachtte namelijk op me. Met om 5 uur happy hour, waar je voor 1 euro een longdrinkglas zoete witte wijn met heel veel ijs kon scoren. En ’s avonds stonden we er weer, om vervolgens de volgende dag weer terug te keren.

molen

En tijdens mijn studententijd was het niet veel anders. Uit de hand gelopen dispuutsborrels, huisavonden en standaard pas in de ochtendzon huiswaarts keren. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik stomdronken om half 1 ’s middags een werkcollege strafrecht binnen dartelde, om na 15 minuten de zaal weer te verlaten omdat de kleine lettertjes in het dikke wetboek hun eigen leven begonnen te leiden. Maar die wilde haren, die ben ik aan het verliezen. Want hoe meer ik de verkeerde kant van de twintig nader, hoe erger de katers worden. En ik moet eerlijk zeggen, dat vind ik het vaak niet meer waard.

Daarbij komt dat naarmate ik ouder word, er steeds meer prikkels binnen komen en ik daarom meer en meer verlang naar natuur, rust, en slaap. Zo was het dat ik op een zondagochtend in plaats van met een barstende kop brak op de bank te liggen, samen met busladingen vol Aziaten de Zaanse Schans bezocht. Een stel oversized klompen aan de linkerkant, een rij indrukwekkende molens op rechts. Waar de 16-jarige versie van mezelf dit plaatje met veel afgrijzen had bekeken, was ik nu toch echt aan het genieten van dit Hollandse tafereel.

zaandijk

Oké, toegegeven. Een beetje burgerlijk was het wel. De hoeveelheid schreeuwende kinderen, fannypacks en witte driekwarts broeken werd mij op een gegeven moment ook te veel en het was tijd voor wijn. Veel wijn. En terwijl we een terras zochten, zagen we het. Uit het niets doemde het op. Ons droomhuis. Groen geschilderd hout, met schattige geveltjes. Een grote tuin voor puppy Frits en een licht atelier/kantoorruimte waar mening creatieve freelancer jaloers op zou zijn. En het beste: uit een van de ramen prijkte een Te Koop-bord.

Verliefd worden op een huis, dat was ik nog nooit. Maar nu begon het wel een beetje te kriebelen. Spontaan klopten we aan. Niet geschoten, altijd mis. Ja hoor, de eigenaresse wilde ons best even rondleiden. Vijf minuten later staan we weer buiten, we kijken elkaar aan. Hij glimlacht, een kleine glinstering in zijn ogen. Ik pak zijn hand vast en een warme tinteling schiet door mijn arm. Belooft het toch nog een spannende zondag te worden…

Alle foto’s zijn van Carolijn.

Lees ook: Column Carolijn: Een nieuwe verslaving.