Dit herkent iedereen die niet van winkelen houdt

Ja ja ja, we weten het: elke vrouw zou zogenaamd van shoppen houden. Nou, ik niet. Ik vind het diepe ellende. De Kalverstraat, de drukte, de pashokjes… en praat me vooral niet van mijn onmogelijke maat. De stress van een middagje shoppen kost me drie jaar van m’n leven.

Shopping is my cardio, zei mijn beloved Carrie in Sex and the City. En waar ik Carrie anders als één van m’n beste vriendinnen beschouw, staan we hier toch effe mijlenver uit elkaar. Ik ren met liefde tien kilometer langs de grachten van Amsterdam met de volledige afspeellijst van Nashville galmend door m’n oordopjes, maar die Kalverstraat op en neer vind ik een gruwel. Waarom? Dat zal ik je eens even haarfijn uit de doeken doen.

1. Je maat is er vrijwel nooit.
Er zijn vaak zesendertig exemplaren van maatje XS of L bij de Zara, maar een M, ho maar. En zoals menig Nederlands meisje pas ik niet in de Zariaanse S, want da’s eigenlijk gewoon een maatje 152. Voor kinderen, ja.

2. Overzicht, waar ben je?
De enige winkels die m’n goedkeuring nog een beetje kunnen wegdragen zijn degene die hun kleren lekker toonbaar hebben uitgestald. Die waar je alleen maar hoeft langs te lopen en je direct ziet of dat nep-leren jurkje met franjes iets voor je is. Want stapels kleding of rekken met rokjes, jurkjes en truien dicht tegen elkaar aangeplakt: ik word er nerveus van.

3. De sauna is er niks bij
Vooral in de winter een groot probleem. Je outfit om de helse Nederlandse kou te trotseren gaat net niet helemaal lekker met de tropische temperaturen die je in de winkels tegen het lijf loopt. Ik schets effe een veelvoorkomende situatie: je loopt binnen, de warmte voelt als een klap in je gezicht, je ritst in een rap tempo je jas open en probeert tegelijkertijd je sjaal los te trekken, die vervolgens nog strakker om je keel komt te zitten en het zweet begint zich te verzamelen tussen je borsten, onder je oksels, op je rug en uh, ja, waar eigenlijk niet?

4. Je moet een ijzeren geduld hebben
Oke, ik geef toe: als je op dinsdagochtend om half tien gaat shoppen, kun je inderdaad direct doorlopen naar de pashokjes. Maar in vrijwel alle andere gevallen is het wachten geblazen – en daar heb ik dus geen geduld voor. Ik krijg het warm (zie punt drie), het gewicht van de gigantische stapel die ik verzameld heb, lijkt met elke vijf minuten toe te nemen en het gekakel van de vijftienjarigen voor me doet pijn aan m’n oren.

5. Alles wat je niet nodig hebt is leuk
Wanneer ik een winterjas nodig zoek, vind ik het perfecte feestjurkje. Zodra ik een paar sneakers nodig heb, dan kom je ineens om in de enkellaarsjes. Je zou denken: kind, leer daar eens van en schaf het alvast aan. Ik blijk echter eigenwijs en als ik dan een dineetje heb waarbij dat ene jurkje goed van pas zou komen, duik ik alsnog vol vertrouwen dat ene boetiekje in. En dan, uiteraard, is m’n maat weer weg.

Lees ook: niet gelukkig op je werk? Zeg je baan op.